Nationaal Voedselberaad: samen bouwen we verder

Met enorm veel genoegen kunnen we samen terugkijken op het 2de Nationaal Voedselberaad. Op 10 april 2026 zagen we wat er in één jaar kan groeien. Meer dan 230 mensen kwamen samen, vanuit alle hoeken van het land. Iedereen met zijn of haar eigen rol, ervaring en verhaal. Wat we voelden in de zaal? Energie. Verbinding. Hoop!

Toekomstbestendig voedselsysteem

Het Nationaal Voedselberaad waarvan Stadslandbouw Nederland mede-initiatiefnemer en organisator is vond plaats in het provinciehuis in Den Haag. Volgens gedeputeerde Gezondheid & Welzijn Mariëtte van Leeuwen van de provincie Zuid-Holland is voedsel te belangrijk om te versnipperen over beleidsterreinen. En ze wil een actieve rol spelen in het realiseren van toekomstbestendig voedselbeleid in co-creatie met gemeenten en initiatieven uit de samenleving. “Als overheid staan wij aan de lat om andere keuzes te maken die een nieuw voedselsysteem mogelijk maken.”

Dat deelde de gedeputeerde, die een snelgroeiende beweging ziet. Voedsel vormt daarbij de ingang naar een gezondere, eerlijkere en meer verbonden samenleving. Initiatiefnemers, beleidsmakers, bestuurders en ondernemers werken steeds meer samen aan blijvende en noodzakelijke verandering.

Kan Wels

Overal in Nederland gebeurt het al. We zagen de ‘Kan Wels’ met Voedselraad Den Haag en Voedselfamilie Krimpenerwaard, de duurzame korte keten en voedselgemeenschappen met de Voedselwerkplaats uit Friesland en burgerboerderij De Patrijs uit Gelderland, met verbinden in het gebied via de Friese Bioregio Greidhoeke en gebiedscooperatie Rivirenland. Maar ook in Arnhem, Tilburg, Groningen, Haarlem, Dordrecht, Almere en Midden-Drenthe en vele andere plekken werken mensen samen aan herstel van verbindingen met voedsel. Aan gezondheid. Aan gemeenschap. Van duurzame korte ketens tot voedselraden, van buurtinitiatieven tot regionale samenwerkingen — het leeft.

Oproep aan nieuwe colleges van B & W

We lanceerden samen een oproep aan nieuwe colleges: neem lokaal voedselbeleid serieus en werk samen met wat er al is!Gedragen door eerdere aanbevelingen én ondertekend door 20 organisaties. En ondersteund door nieuwe inzichten: zelfs klein beginnen met voedselbeleid levert al maatschappelijke én economische waarde op.
Deel deze oproep ook in jouw gemeente!

Wat ons het meest raakt: er is niet één oplossing. Er is juist een rijke diversiteit aan initiatieven die samen een beweging vormen.

Een beweging waarin:

  • boeren en burgers elkaar weer vinden
  • vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten
  • mensen weer zeggenschap ervaren over hun voedsel

Van plekken waar stukjes van de toekomst al plaatsvinden – de Kan Wel’s, naar een netwerk dat groeit — lokaal, regionaal, provinciaal en nationaal.

Samen bouwen we verder

Dit is pas het begin. Op 10 april zagen we hoe groot en breed deze beweging is, ook samen met maatschappelijke organisaties en overheden die dit (beginnen te) zien. En hoeveel kracht er zit in samen doen. What’s next? We bouwen verder. Samen. We zijn benieuwd: Wat is jouw rol in deze beweging? Waar werk jij aan? En wat is jouw volgende stap? — en laten we elkaar blijven vinden en versterken.

Voor 2027 kunnen we met elkaar politieke partijen aanjagen om provinciaal voedselbeleid in hun programma op te nemen voor de verkiezing van de nieuwe Provinciale en Gedeputeerde Staten.

Kijk voor meer informatie en verslagen van de workshops op nationaalvoedselberaad.nl en noteer 22 april 2027 in je agenda voor de 3de editie.

‘Voedsel verdient vaste plek in beleid’

Ambtenarentafel in stadslandbouwgemeente Almere

Almere is de grootste stadslandbouwgemeente van Nederland. Op 27 maart waren ambtenaren uit heel Nederland te gast in het Centrum Stadslandbouw in de wijk Oosterwold voor de 2de Ambtenarentafel rond gemeentelijke voedselambities.

De gemeente Almere had als een van de eerste gemeenten in Nederland een voedselstrategie Groen Voedselhart. Recent is deze geactualiseerd, waarbij de focus meer ligt op stadslandbouw, ook in de dichter bebouwde wijken van de gemeente. Tijdens de bijeenkomst spraken we ook over de ambitie van buurgemeente Amsterdam om in 2028 25 procent van het voedsel van lokale/regionale productie te laten komen. Stichting Voedsel Verbindt (Noord-Holland/Flevoland) heeft als doel gesteld om in 2030 25 procent eten uit de regio te realiseren.

‘Voedsel verdient een vaste plek in beleid en borging in de organisatie’

Wethouder Jesse Luijendijk (Voedsel en Landbouw) liet weten trots te zijn op het Centrum Stadslandbouw en de strategie: ,,We blijven voedsel en stadslandbouw een plek geven. Voedsel is een bijzonder en vaak onderschat thema. Het raakt gezondheid, maar ook klimaat en economie en daarmee diverse beleidsterreinen. Er komen veel maatschappelijke thema’s samen en het levert bijdragen aan heel veel oplossingen. Het verdient het om een vaste plek in elke gemeente te krijgen, bestuurlijk goed te blijven aanhaken en het goed te borgen in de organisatie. Met de herijkte voedselstrategie hebben we dat vastgelegd.’’

Volgens Luijendijk kun je met een klein team al veel kunt bereiken. Almere heeft binnen haar grenzen Food Pioneers Almere (voorheen FlevoCampus), is actief betrokken bij Stichting Voedsel Verbindt en lid van de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving.

Om de jeugd te betrekken is veel geïnvesteerd in voedseleducatie met in elke wijk schooltuinen van Stad & Natuur Almere. Daarmee heeft de gemeente in 2025 de Gouden Wortel van de Alliantie Schooltuinen gewonnen.

Vormen van stadslandbouw

Jan Eelco Jansma, dr.ir. in de Stadslandbouw en medeoprichter van ons netwerk, staat aan de basis van de ‘stadslandbouwwijk Oosterwold. Lees hier zijn proefschrift: Wie wil er in een aardappelveld wonen?

Hij deelde de diverse typen van stadslandbouw, vormen die je in heel Europa terugvindt. Deze inzichten komen voort uit Europees onderzoek naar Urban Farming EFUA. Bij een vervolgonderzoek FoodCityBoost worden tot 2029 de bijdragen van stadslandbouw in kaart gebracht en wetenschappelijk onderbouwd. Deze uitkomsten kunnen gemeenten meenemen in beleid en biedt handvatten om stadslandbouw in te bedden en het een noodzaak te maken voor duurzaam maar ook weerbaar stadsleven, dat voedselzekerheid biedt.

In samenwerking met Stadslandbouw Amsterdam doet de gemeente onderzoek naar de diverse vormen in de stad. Dat moet ook inzicht geven in hoe groot deze initiatieven zijn en welk type bijdraagt aan de verschillende vormen van gemeenschapsbouw.

Almere en Oosterwold

In de bijzondere wijk Oosterwold, een groen gebied tussen Almere en Zeewolde, krijgen bewoners de ruimte om hun droomhuis te bouwen, op voorwaarde dat ze de helft van hun kavel benutten voor de verbouwing van voedsel. Een nieuwe uitgifte in Almere Oosterwold verloopt via bouwgroepen. Je vormt samen met anderen een collectief dat plannen maakt en verantwoordelijkheid neemt voor de inrichting van een ontwikkelveld. Collectieven die nu kavels krijgen, pakken dit dus gezamenlijk op. Daarbij gaan de bewoners op zoek naar tuinders. In deze nieuwe fase wordt bekeken wat de minimale maat is en of Herenboeren-constructies mogelijk zijn. Voorwaarde: voor ieders portemonnee moet ruimte zijn.

In Arnhem wordt hiervoor een koppeling gemaakt met bestaande akkerbouwers die een klein deel van hun grond afstaan voor een zelfoogsttuin.

Joe van der Veen (programmamanager Voedsel legt uit: ,,In de herijkte voedselstrategie Groen Voedselhart kiest Almere voor voedsel als middel om te komen tot

1) gezonde, duurzame voedselomgeving
2) regionale samenwerking in de korte keten
3) stimuleren en verankeren van stadslandbouw.

We willen stimuleren dat bestaande boeren echt voor de stad gaan produceren.’’

Carlo Verhart van St. Voedsel Verbindt sluit daarbij aan: ,,Het gaat erom hoe kunnen we de stad blijven voeden?’’

Coopoosterwold: we doen het samen

Tot slot kregen we in klein comité van voorzitter Jan-Albert Blaauw een uitleg over het Centrum Stadslandbouw en de coöperatie Coopoosterwold.nl. Bewoners helpen elkaar met zowel het verbouwen van voedsel en met het vinden van de juiste bestemming ervoor. Want meestal hebben bewoners niet alle opbrengst uit eigen tuin nodig voor eigen gebruik of ontbreekt een goede keuken voor het verwerken ervan. Zo telen ze samen, verkopen ze samen en ze delen samen in de opbrengst.