juli 2025

‘Voedsellandschap als kans voor Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen’

Voedsel biedt diverse koppelkansen om een gebied op multifunctionele wijze in te vullen, op voorwaarde dat voedsel niet vanuit de klassieke voedselketen wordt benaderd, maar vanuit een voedsellandschap. Het zou daarom waardevol zijn als de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen een visie ontwikkelt op een regionale voedselvoorziening. In het Rijk van Nijmegen en andere delen van de regio zijn immers al veelbelovende voorbeelden te vinden.

Dat bracht Martin Ruivenkamp, voorzitter van Stadslandbouw Nederland en van De Streek op Tafel in Nijmegen, naar voren tijdens het symposium Groen-blauw raamwerk en landelijk gebied van de Groene Metropoolregio begin juli. Tijdens dit symposium werden kansen en uitdagingen verkend voor het gebied.

In de deelsessie ‘Het Rijk van Nijmegen en verder: gezond en lekker leven in een regionaal voedsellandschap’ werd stilgestaan bij het vraagstuk hoe de verschillende ruimtelijke thema’s binnen de Groene Metropool Regio in samenhang tot elkaar kunnen worden opgepakt. Omdat deze opgaven elkaar soms in de weg zitten, werd benadrukt dat een integrale aanpak essentieel is om op een evenwichtige manier te kunnen groeien.

Deuren openen

Martin Ruivenkamp stelde dat in dit kader ‘voedsel’ diverse koppelkansen biedt om ruimte op multifunctionele wijze in te vullen, mits voedsel niet vanuit de huidige klassieke voedselketen wordt benaderd, maar vanuit een voedsellandschap. ,,Het denken vanuit een voedsellandschap opent de deur naar een meer verbonden, rechtvaardig en duurzaam voedselsysteem’’, stelt Martin Ruivenkamp.

Het biedt de volgende mogelijkheden:

  1. Verbinding met de omgeving
    Voedsel raakt weer verankerd in de regio: in het landschap, in de gemeenschap en in lokale culturen. Dat versterkt de relatie tussen consument, producent en plek, en vergroot het bewustzijn over waar voedsel vandaan komt.
  2. Meervoudige waardecreatie
    In plaats van louter economische opbrengst staat ook de sociale, ecologische en culturele waarde van voedsel centraal. Denk aan biodiversiteit, gezondheid, gemeenschapsvorming en landschapskwaliteit.
  3. Integraliteit
    Voedsel wordt niet langer los gezien van andere maatschappelijke vraagstukken zoals gezondheid, klimaat, bodemgebruik en sociale ongelijkheid. Het voedsellandschap biedt een raamwerk waarin deze thema’s in samenhang kunnen worden benaderd.
  4. Multifunctionele ruimtelijke invulling
    Het landschap kan tegelijkertijd ruimte bieden aan landbouw, natuur, recreatie, waterberging en energietransitie. Dat vraagt om slimme combinaties in plaats van ruimtelijke concurrentie.
  5. Toegankelijkheid en zeggenschap
    Het voedsellandschap stelt kritische vragen: wie heeft toegang tot gezond voedsel, en wie bepaalt wat er geproduceerd wordt? Daarmee draagt het bij aan een meer democratisch en inclusief voedselbeleid.
  6. Regionale, proactieve vormgeving
    Een regionaal voedsellandschap is geen vaststaand gegeven, maar kan bewust worden ontworpen en beïnvloed – door beleid, ruimtelijke planning, onderwijs en gedrag. Dat biedt kansen om lokaal en toekomstgericht te werken aan voedselvraagstukken.
  7. Transitiegericht denken en doen
    Het sluit aan bij transitiedenken, waarbij bewoners, beleidsmakers en producenten samen bouwen aan een ander voedselmodel. Door keuzes in consumptie en productie geven we zelf mede vorm aan het landschap en de voedseltoekomst.

Kansen zichtbaar maken

Tijdens de deelsessie werd besproken wat nodig is om vanuit de benadering van een voedsellandschapsysteem tot actie over te kunnen gaan. Verkend werd welke kansen er liggen, welke obstakels moeten worden overwonnen en hoe in de regio samen gebouwd kan worden aan een veerkrachtig en toekomstbestendig voedselsysteem.

Daaruit kwam naar voren dat het waardevol zou zijn als nu ook de Groene Metropool Regio een visie ontwikkelt op voedselvoorziening. Niet alleen om de urgentie van het vraagstuk te onderstrepen, maar ook om kansen zichtbaar te maken: kansen om voedsel te koppelen aan landschappelijke kwaliteit, en zo bij te dragen aan een gezond, sociaal en veerkrachtig voedsellandschap.

Martin Ruivenkamp noemt het van belang dat een visie ontwikkeld wordt die een krachtig en helder beeld biedt van de gewenste ontwikkelingen en die toont dat voedselvraagstukken meerdere beleidsvelden en maatschappelijke thema’s raken. ,,Een visie die beleid verbindt met de dagelijkse praktijk en helpt om een gezamenlijk en gedeeld perspectief te formuleren. Op basis daarvan kunnen gerichte activiteiten worden uitgevoerd die bijdragen aan de realisatie van dat gedeelde toekomstbeeld.’’

Veelbelovende voorbeelden

In het Rijk van Nijmegen en andere delen van de regio zijn al veelbelovende voorbeelden te vinden. Een groeiend aantal duurzame voedselinitiatieven, zoals boerderijwinkels, zelfoogsttuinen en lokale voedselcoöperaties, laat zien hoe voedselproductie op kleine schaal kan bijdragen aan grotere opgaven zoals klimaatadaptatie, biodiversiteitsherstel, sociale cohesie en gezondheid. ,,Deze initiatieven illustreren de potentie van een regionaal voedsellandschap als integrale oplossing voor urgente maatschappelijke uitdagingen.’’

Deze potentie kan volgens Martin Ruivenkamp in een visie op een regionaal voedsellandschap verder worden uitgewerkt, waarmee  niet alleen richting geboden wordt, maar ook een kans geboden wordt om direct aan te sluiten bij concrete vragen en initiatieven uit het veld.

Draagvlak

Door actief de verbinding te leggen met wat er lokaal speelt, wordt de visie gevoed door de praktijk en ontstaat draagvlak bij bewoners, boeren, beleidsmakers en ondernemers. Belangrijk daarbij is het creëren van plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en samen zoeken naar oplossingen, aldus Martin.

Als vervolg op de visie noemt hij het wenselijk om een actieplan ‘Voedsellandschap van de Toekomst’ te formuleren op regionaal niveau. Dit plan kan richting geven aan de uitvoering van de visie en bevat idealiter ook een onderzoekagenda, waarin relevante kennisvragen worden benoemd die bijdragen aan beleidsvorming, praktijkontwikkeling en maatschappelijke betrokkenheid.